Nomenclatuur wil zeggen: het gebruik van regels voor de naamgeving van soorten, in ons geval zijn dat boomsoorten.
Men spreekt over een eik of een larix. Ook over een zomereik of een Europese larix. In de nomenclatuur bestaat iedere soortnaam uit 2 delen, de eerste de geslachtsnaam, de tweede de soortaanduiding. Alle eiken hebben als eerste naam: Quercus, de zomereik heet Quercus robur. Volledige naam: Quercus robur L, wat wil zeggen dat Linnaeus de boom voor het eerst heeft beschreven. Linnaeus kende bijvoorbeeld maar één Coniferengeslacht en dat noemde hij Pinus. De kerstboom heet bij hem Pinus abies en de larix heette bij hem Pinus larix. Later werd duidelijk dat de larix een aparte goed gescheiden boomsoort is en uit het geslacht Pinus kon worden verwijderd.
Doordat onder invloed van afstand en temperatuur verschillende veranderingen in variëteiten optreden worden telkens nieuwe ondersoorten gedefinieerd. De grove den is in Siberië of Spanje anders dan hier en kan dan een andere soort gaan vormen. Onder invloed van kweekmethoden ontstaan ook telkens nieuwe variëteiten die dan een derde naam krijgen al dan niet voorafgegaan door c.v. bijv. Acer palmatum cv Deshojo of Fagus sylvatica cv. Pedula.
Kwekers gaan soms over tot hybridisatie. Het kruisen van diverse soorten in dezelfde familie. Ook worden proeven genomen met bijvoorbeeld andere boomsoorten die toch wel verwant zijn. Een mooi voorbeeld hiervan is de kruising tussen Cupressus macrocarpa en chamaecyparis nootkatensis waaruit de bijzonder succesvolle Cupressoparis leylandii, de beste haagconifeer is ontstaan.
Meestal wordt gezocht naar eigenschappen die bij ene ouder meer en bij de andere minder dominant aanwezig zijn. Soms ontstaan bomen die bijzonder goed bestand zijn tegen wisselende temperatuursinvloeden of een betere vruchtzetting laten zien.
Aan de nomenclatuur wordt nog altijd gewerkt, er ontstaan nieuwe soorten en soms wordt een naam als minder juist gezien, bijv. Juniperus media "Blaauw" werd enkele jaren geleden nog omgedoopt tot Juniperus chinensis "Blaauw".
Omdat het belangrijk is dat we een begin maken met het goed leren kennen en onderscheiden van soorten en variëteiten wordt het gebruik van een catalogus, dat alle hier en elders gekweekte soorten omvat, aanbevolen.
Er zijn enkele kwekerijen in binnen- en buitenland die zich toeleggen op het kweken van nieuwigheden in coniferen via zgn. heksenbezems. Onder invloed van insectenbeten of beschadigingen ontstaan in een boom soms afwijkende takken die geënt worden op de originele soort en soms spectaculaire nieuwe soorten vormen.
Piet Hoek